Opbouw en volgorde op de plank
Volgorde is geen etiquette maar smaakbeheersing: een pittige kaas maakt de volgende milde onvindbaar.
Van mild naar pittig
De gangbare opbouw loopt met de klok mee, beginnend bij de mildste kaas. Een logische reeks: verse geitenkaas, jonge Goudse, belegen Weydeland, oude Gouda, blauwader.
Snijden per vorm
- Punt uit een ronde kaas: in smalle punten vanuit de top, zodat iedereen korst en hart krijgt.
- Blok Goudse: in plakken van een halve centimeter, niet in blokjes voor een plank.
- Blauwader: in wiggen vanuit het midden, de blauwe aders lopen niet gelijkmatig.
- Verse geitenkaas: in rondjes, met een draad of een warm mes.
Ruimte houden
Kazen die elkaar raken, wisselen geur uit. Een halve centimeter tussenruimte, of een blaadje, volstaat. Blauwader altijd aan de rand en met een eigen mes.
Garnituur
Vijgenbrood, walnoten, druiven, appel of peer, honing en een zure component zoals augurk of ingelegde ui. Niet alles tegelijk: drie soorten garnituur houdt de plank leesbaar.
Temperatuur
Een uur van tevoren uit de koeling. Blauwader en verse kaas iets korter, die worden anders te zacht.